ECLI:NL:RBROT:2020:2851

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 maart 2020
Publicatiedatum
2 april 2020
Zaaknummer
C/10/592392 / FA RK 20-1357
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:11 WvggzArt. 3:3 WvggzArt. 3:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Rotterdam behandelde op verzoek van de officier van justitie een zaak betreffende de verlenging van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een ernstige manische episode in het kader van een bipolaire-I-stoornis, wat heeft geleid tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en materiële schade.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ondanks verbetering nog steeds risico loopt op ontregeling en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De zorg omvat medicatietoediening, toezicht, en voorwaardelijke opname en bewegingsbeperking.

De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor een periode van zes maanden, met het uitgangspunt dat betrokkene ambulante zorg ontvangt en opname alleen plaatsvindt bij verslechtering. Tevens wees de rechtbank op de noodzaak van een onafhankelijke herbeoordeling bij eventuele opname na een aanzienlijke periode, conform vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg mogelijk te maken en ernstig nadeel te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/592392 / FA RK 20-1357
Betrokkene nummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 maart 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan het [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk aan de Albrandswaardsedijk 74, 3172 AA te Poortugaal, gemeente Albrandswaard,
advocaat mr. H. Bijlsma te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 2 maart 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de medische verklaring opgesteld door drs. F.H. van Essen, psychiater, van 27 februari 2020;
 de zorgkaart van onbekende datum;
 het zorgplan van onbekende datum;
 de bevindingen van de geneesheer-directeur op het zorgplan van 28 februari 2020;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
 de relevante politiegegevens.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 maart 2020.
Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
 betrokkene in het bijzijn van M. Willinge, sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan Antes, locatie Romanohof;
 mr. H. Bijlsma, advocaat van betrokkene;
 drs. M. Voet, psychiater, verbonden aan Antes, locatie Albrandswaardsedijk.
1.2.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria zorgmachtiging
2.1.1.
De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en Pro 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.
Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.
Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.
2.1.2.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een ernstig manische episode in het kader van een bipolaire-I-stoornis .
2.1.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade en maatschappelijke teloorgang. Ten tijde van de opname was er een ernstige manische ontremming, waarbij betrokkene veel geld heeft uitgegeven en zichzelf veel brandwonden toebracht en psychotische uitspraken deed. Het gaat op het moment een stuk beter met betrokkene en zijn manische episode is in remmissie. Betrokkene geeft ook aan dat hij inziet dat hij psychotisch was en de waan had dat hij geen medicatie nodig heeft. Hij ziet tevens in dat hij in het verleden zelf niet altijd een beginnende psychose heeft herkend met het gevolg dat betrokkene ontregelde voordat zorg kon worden ingezet. Betrokkene heeft in het verleden gedurende een lange periode ambulante zorg ontvangen en is desondanks ontregeld. Betrokkene kan wanneer hij manisch wordt snel agressief worden en medicatie weigeren. Hoewel betrokkene op het moment in staat is zorg te accepteren en open staat voor het behandelplan ziet betrokkene ook in dat een zorgmachtiging met de mogelijkheid tot opname in het geval het toestandsbeeld van betrokkene verslechtert, noodzakelijk is om het hiervoor genoemde ernstig nadeel te voorkomen.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.2.2.
Gebleken is dat geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaat uit:
 het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis;
 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
 het opnemen in een accommodatie (voorwaardelijk, zie onder 2.2.3);
 het beperken van de bewegingsvrijheid (voorwaardelijk, zie onder 2.2.3).
2.2.3.
Het uitgangspunt is dat betrokkene ambulante zorg krijgt. De arts heeft verteld dat betrokkene deze of volgende week kan worden ontslagen, zodra de ambulante hulp is georganiseerd. Alleen wanneer het ziektebeeld verergert, mogelijk door het weigeren van medicatie, kan gebruik worden gemaakt van de vormen van verplichte zorg die als doel hebben om betrokkene op te nemen in een accommodatie. De rechtbank benadrukt dat deze vormen van verplichte zorg slechts worden gelegitimeerd wanneer betrokkene zijn medicatie niet goed inneemt als gevolg waarvan het ziektebeeld kan ontregelen. Aansluiting bij het opnemen van verplichte zorg als zodanig kan worden gezocht in de Memorie van Toelichting, pagina 13, en de Tweede Nota van Wijziging, pagina 157.
2.2.4.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.2.5.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg alsmede aan de uitgangspunten van de Wvggz is voldaan. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. Hoewel de zorgmachtiging voor zes maanden wordt verleend, wijst de rechtbank op nog steeds geldende vaste rechtspraak van Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM 24 oktober 1979, Winterwerp v. The Netherlands, 6301/73, r.o. 39 en EHRM 5 oktober 2000, Varbanov v. Bulgaria, 31365/96, r.o. 47). Wanneer een aanzienlijke periode reeds is verstreken en betrokkene moet worden opgenomen, moet betrokkene opnieuw worden beoordeeld door een onafhankelijk psychiater. De medische verklaring bij onderhavig verzoek kan na een aanzienlijke periode niet meer een vrijheidsbeneming rechtvaardigen. Een nieuwe beoordeling moet gebaseerd worden op het toestandsbeeld waarvan op dat moment sprake is.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 september 2020.
Deze beschikking is op 24 maart 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.W. Wapenaar, griffier, en op 30 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.