ECLI:NL:RBROT:2020:2851
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op verzoek van de officier van justitie een zaak betreffende de verlenging van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een ernstige manische episode in het kader van een bipolaire-I-stoornis, wat heeft geleid tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade en materiële schade.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ondanks verbetering nog steeds risico loopt op ontregeling en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De zorg omvat medicatietoediening, toezicht, en voorwaardelijke opname en bewegingsbeperking.
De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor een periode van zes maanden, met het uitgangspunt dat betrokkene ambulante zorg ontvangt en opname alleen plaatsvindt bij verslechtering. Tevens wees de rechtbank op de noodzaak van een onafhankelijke herbeoordeling bij eventuele opname na een aanzienlijke periode, conform vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden om verplichte zorg mogelijk te maken en ernstig nadeel te voorkomen.