ECLI:NL:RBROT:2020:2864
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht op 17 maart 2020 om voortzetting van een op 16 maart 2020 opgelegde crisismaatregel tegen betrokkene, die verblijft in een psychiatrische instelling. De rechtbank behandelde het verzoek mondeling op 20 maart 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een arts in opleiding en een verpleegkundige telefonisch werden gehoord. De officier was niet aanwezig.
De rechtbank beoordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing, veroorzaakt door het gedrag van betrokkene dat vermoedelijk voortkomt uit een nog niet gediagnosticeerde psychische stoornis. Betrokkene weigert noodzakelijke medische behandeling vanwege paranoïde gedachten. De crisissituatie is zo ernstig dat de reguliere zorgmachtigingsprocedure niet kan worden afgewacht.
De verplichte zorg omvat het toedienen van vocht, voeding, medicatie en medische handelingen, het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Andere gevraagde zorgvormen werden niet noodzakelijk geacht. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De maatregelen zijn evenredig en gericht op het afwenden van ernstig nadeel.
De rechtbank verleent daarom de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, geldig tot en met 10 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.