Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 10 oktober 2019, met de daarbij overgelegde producties;
- de conclusie van antwoord, met één productie.
2.De vaststaande feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
Davelaar/ Allspan) overwogen: ‘
Voor toepassing van art. 7:658 lid 4 is Pro tevens vereist dat de werkzaamheden hebben plaatsgevonden "in de uitoefening van het beroep of bedrijf" van degene in wiens opdracht de arbeid is verricht”. Door de minister is in dit verband opgemerkt dat het moet gaan om "werkzaamheden die de derde in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf ook door eigen werknemers had kunnen laten verrichten" (Kamerstukken II, 1998-1999, 26 257, nr. 7, p. 15)’.