Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:2908

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2020
Publicatiedatum
3 april 2020
Zaaknummer
20.102 RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring Barge Vetting System Europe B.V. door Rechtbank Rotterdam

Op 17 februari 2020 is een verzoekschrift ingediend door Valkenable Holding B.V. tot faillietverklaring van Barge Vetting System Europe B.V., gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht. De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek behandeld op 31 maart 2020, waarbij partijen schriftelijk en telefonisch zijn gehoord conform de tijdelijke regeling vanwege de coronacrisis.

De rechtbank heeft summierlijk vastgesteld dat het vorderingsrecht van verzoekster bestaat en dat verweerster is opgehouden met betalen. Tevens is geoordeeld dat de rechtbank bevoegd is de insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen, aangezien het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

De rechtbank heeft Barge Vetting System Europe B.V. failliet verklaard, mr. F. Damsteegt-Molier benoemd tot rechter-commissaris en mr. J. van Meerkerk tot curator. De curator krijgt tevens de bevoegdheid om brieven en telegrammen aan de gefailleerde te openen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Barge Vetting System Europe B.V. is failliet verklaard en een curator en rechter-commissaris zijn benoemd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 31 maart 2020
VONNIS op het op 17 februari 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VALKENABLE HOLDING B.V.,
gevestigd te Vlaardingen,
verzoekster,
advocaat mr. M. Verhagen,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BARGE VETTING SYSTEM EUROPE B.V.,
gevestigd te Langesteijn 116,
3342 LG Hendrik-Ido-Ambacht,
statutair gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,
verweerster.

1.De procedure

De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Coronacrises (hierna: TARIC), verzoekster en verweerster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 31 maart 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoekster en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.
Ter griffie van de rechtbank is zowel van verzoekster als verweerster voornoemd formulier ontvangen.
Ter zitting van 31 maart 2020 zijn conform TARIC de navolgende partijen telefonisch gehoord:
  • mr. M. Verhagen, namens verzoekster;
  • [naam] , middellijk bestuurder, namens verweerster.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank,
- verklaart BARGE VETTING SYSTEM EUROPE B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. F. Damsteegt-Molier, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. J. van Meerkerk, advocaat te Dordrecht;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van
mr. J.J.P. van Wieringen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2020 te
10:27 uur. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.