ECLI:NL:RBROT:2020:2910

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 maart 2020
Publicatiedatum
3 april 2020
Zaaknummer
C/10/592947 / FA RK 20-1629
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 Wvggz
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz

De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een eerder opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Uit de medische verklaring en mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis met paranoïde waanideeën en gedragsveranderingen, wat een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel oplevert, zoals agressie en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Betrokkene weigert medicatie, waardoor het risico op agressief gedrag toeneemt.

De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en opname, noodzakelijk, evenredig en effectief is om het ernstig nadeel af te wenden. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. Daarom werd de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor een periode van drie weken, tot en met 6 april 2020.

De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/592947 / FA RK 20-1629
Betrokkenenummer: [nummer]
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 maart 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Yulius, locatie de Gantel te Sliedrecht,
advocaat mr. M.G. Hoogerwerf te Dordrecht.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 11 maart 2020, heeft de officier verzocht om verlenging van de op 10 maart 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 10 maart 2020;
 de medische verklaring opgesteld door drs. M.J.W. Vreeling, psychiater, van 10 maart 2020;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
 de relevante politiegegevens en de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2020, in het gebouw van de rechtbank Rotterdam.
Bij die gelegenheid zijn (als maatregel tegen het coronavirus) telefonisch gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • drs. P. Nazir, psychiater, en drs. B. Dedeoglu, arts in opleiding tot specialist (aios), beiden verbonden aan Yulius, locatie de Gantel.
1.3.
De officier is niet ter telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in ernstige psychische schade, ernstige maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is opgenomen met een psychotisch toestandsbeeld, waarbij er sprake is van paranoïde waanideeën, gedragsveranderingen, desorganisatie en emotionele vervlakking. Op de afdeling is het toestandsbeeld van betrokkene nog niet verbeterd, aldus de aios tijdens de mondelinge behandeling. Betrokkene weigert tot op heden medicatie in te nemen, omdat hij bang is vergiftigd te worden. Zonder behandeling kan betrokkene verbaal en fysiek agressief gedrag vertonen, anderen met de dood bedreigen en spullen kapot maken. Hoewel betrokkene op dit moment geen agressie vertoont op de afdeling, wordt de kans aannemelijk geacht dat hij dit wel zal doen op het moment dat er onder dwang medicatie wordt toegediend.
2.1.3.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van psychotische decompensatie in het kader van schizofrenie. Hoewel betrokkene de stoornis ontkent, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en hetgeen de aios tijdens de mondelinge behandeling in dit kader heeft gezegd.
2.1.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde verplichte zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden, te weten:
 het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis;
 het beperken van de bewegingsvrijheid;
 het insluiten;
 het opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater en de aios tijdens de mondelinge behandeling niet voldoende hebben kunnen onderbouwen dat deze nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.2.2.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.2.3.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 april 2020.
Deze beschikking is op 16 maart 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 23 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.