ECLI:NL:RBROT:2020:2914
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 16 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis met tekenen van vroege remissie.
Uit de medische verklaringen en het zorgplan blijkt dat betrokkene door haar stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder het risico op ernstige verwaarlozing en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Betrokkene was opgenomen vanwege onvoldoende medicatie-inname en vertoonde agressief gedrag. De verpleegkundig specialist gaf aan dat het toestandsbeeld enigszins gestabiliseerd is, maar dat er nog zorgen zijn over medicatietrouw in de thuissituatie.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is, en dat de voorgestelde maatregelen – medicatietoediening voor zes maanden, opname en bewegingsbeperking voor twee maanden – evenredig en effectief zijn. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, met opname en bewegingsbeperking beperkt tot twee maanden, met het oog op herstel en terugkeer naar huis met ambulante begeleiding.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met opname en bewegingsbeperking voor twee maanden.