Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- cliënt;
- zijn hierboven genoemde advocaat;
- A. Wilson, casemanager dementie, verbonden aan Verpleeghuis Het Parkhuis;
- [naam] , dochter van cliënt.
Rechtbank Rotterdam
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met de ziekte van Alzheimer. De cliënt vertoonde ernstig nadeel door desoriëntatie, dwaalgedrag, nachtelijke onrust en het risico op lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De thuissituatie was onhoudbaar doordat de cliënt afhankelijk was van mantelzorgers die dreigden overbelast te raken en de cliënt zelf de thuiszorg weigerde.
Tijdens de mondelinge behandeling op 18 maart 2020 werden de cliënt, zijn advocaat, een casemanager dementie en een familielid telefonisch gehoord. De rechtbank concludeerde dat opname noodzakelijk en geschikt was om het ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden waren. Hoewel de cliënt zich recentelijk verzette tegen opname, leek hij op het moment van de zitting de noodzaak in te zien, maar de rechtbank achtte deze instemming niet blijvend.
De rechtbank verleende daarom de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, ingaande op 18 maart 2020 en eindigend op 18 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend wegens ernstig nadeel door Alzheimer.