Uitspraak
Getuige
- Op 22 februari 2019 heeft de rechtbank op verzoek van de verdediging beslist dat [naam journalist] een journalist, door de rechter-commissaris als getuige (hierna: de getuige) zal worden gehoord.
- De raadsman van de getuige heeft voorafgaand aan het verhoor bij de rechter-commissaris een gemotiveerd beroep gedaan op het verschoningsrecht ex artikel 218a Sv.
- Op 28 juni 2019 heeft de rechter commissaris - onder meer - beslist dat de getuige geen verschoningsrecht toekomt omdat - kort gezegd - de bron van de journalist al duidelijk zou zijn. Dit is alleen anders als het gaat om informatie afkomstig uit een andere bron.
- Op 24 oktober 2019 is de getuige door de rechter-commissaris gehoord. Tijdens het verhoor heeft de getuige een geschreven verklaring overgelegd. Daarin heeft de getuige (nogmaals) uiteengezet waarom hij vindt dat hem een journalistiek verschoningsrecht toekomt. Tijdens het verhoor heeft de getuige verklaard de vragen van de verdediging te kennen en geen antwoord te willen geven op vragen. Daarbij heeft de getuige meermalen verwezen naar de door hem opgestelde verklaring.
- Aan de getuige is één vraag gesteld, te weten wat hij bedoelde met:
- De rechter-commissaris heeft de getuige vervolgens gegijzeld.
- Bij beschikking van 25 oktober 2019 heeft de raadkamer de getuige ontslagen uit de gijzeling.