ECLI:NL:RBROT:2020:293
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot verwijdering negatieve kredietregistraties BKR
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om ABN AMRO Bank en ICS te bevelen de negatieve kredietregistraties in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het Bureau Krediet Registratie (BKR) te verwijderen. Deze registraties betreffen hypothecaire leningen en kredieten die na finale kwijting met bijzonderheidscodes zijn opgenomen.
De procedure startte met verwijderingsverzoeken aan ABN AMRO Bank en ICS in februari 2019, welke door beide verweersters gemotiveerd werden afgewezen in april 2019. Verzoeker diende vervolgens pas op 26 september 2019 een verzoekschrift in bij de rechtbank, ruim na de wettelijke termijn van zes weken na afwijzing.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn, waarbij de motivering van de afwijzingen door de kredietverstrekkers als deugdelijk wordt beoordeeld. Daarnaast zou het verzoek bij ontvankelijkheid ook inhoudelijk zijn afgewezen, omdat het belang van verzoeker onvoldoende weegt tegen het algemene belang van kredietverstrekkers bij het handhaven van de kredietregistraties. Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten van beide verweersters.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot verwijdering van negatieve kredietregistraties bij het BKR wegens termijnoverschrijding.