In deze handelsrechtelijke procedure bij de rechtbank Rotterdam werd een incident behandeld betreffende de bevoegdheid van de rechtbank en de zekerheidstelling van proceskosten. De rechtbank overwoog dat gezamenlijke behandeling van vorderingen, zowel binnen als buiten haar rechtsgebied, wenselijk is en verwees de zaak daarom door naar de rechtbank Amsterdam.
In het incident tot onbevoegdverklaring werden geen partijen in het ongelijk gesteld, waardoor de proceskosten in dat incident werden gecompenseerd en iedere partij haar eigen kosten draagt. In het incident tot zekerheidstelling van proceskosten werd de eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de gedaagde, begroot op €461,00.
De rechtbank verklaarde de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad en hield verdere beslissingen aan. Het vonnis werd op 1 april 2020 in het openbaar uitgesproken door rechter C. Bouwman.