ECLI:NL:RBROT:2020:3110
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 maart 2020 het verzoek van het CIZ om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementie. Uit de medische verklaring en het indicatiebesluit bleek dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder risico op maatschappelijke verwaarlozing, lichamelijk letsel en valgevaar.
Tijdens de mondelinge behandeling werden de cliënt, haar advocaat, dochters en casemanager telefonisch gehoord. De dochters gaven aan overbelast te zijn door de zorg, waarbij uitbreiding van thuiszorg geen optie meer was. De cliënt verzet zich tegen opname, maar de rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang was voldaan en verleende de machtiging voor een periode van zes maanden, tot en met 30 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden toegekend wegens ernstig nadeel door dementie.