ECLI:NL:RBROT:2020:3114
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding en disfunctioneren
De zaak betreft een verzoek van Stichting Plaswijckpark tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 1986 in dienst was, onder meer als parkbeheerder en later als hoofd technische zaken. Door organisatorische veranderingen en persoonlijke omstandigheden was zijn functie geleidelijk aangepast en verlicht. Ondanks meerdere beoordelingsgesprekken en ondersteuning bleef zijn functioneren onvoldoende, met name op het gebied van planning en aansturing. Daarnaast waren er veiligheidsproblemen geconstateerd door de NVWA, waarvoor de werknemer mede verantwoordelijk werd gehouden.
De werknemer viel langdurig uit wegens ziekte, waarna hij volledig belastbaar werd verklaard, maar de arbeidsverhouding was ernstig verstoord. Medewerkers en leidinggevenden hadden geen vertrouwen meer in hem, en mediation mislukte. Plaswijckpark bood een beëindiging met een riante vergoeding aan, maar de werknemer weigerde en voerde verweer tegen ontbinding.
De kantonrechter oordeelde dat ontbinding op grond van disfunctioneren onvoldoende was onderbouwd, en dat verwijtbaar handelen niet zwaar genoeg woog voor beëindiging. Wel was de arbeidsverhouding verstoord en herplaatsing niet mogelijk. Er waren geen opzegverboden van toepassing. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 juni 2020, met toekenning van de transitievergoeding van €81.000. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Een billijke vergoeding werd afgewezen omdat er geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever was.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juni 2020 met toekenning van transitievergoeding van €81.000 en veroordeling werknemer in proceskosten.