ECLI:NL:RBROT:2020:3119

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2020
Publicatiedatum
8 april 2020
Zaaknummer
KTN-8219659_10042020
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Fiege
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:203 BWArt. 3:44 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling op basis van niet vernietigde overeenkomst geen onverschuldigde betaling

De zaak betreft een geldvordering van eiseres tegen gedaagde over een bedrag van €4.084,- dat aan gedaagde is betaald in het kader van de verkoop van een woning. Eiseres stelde dat deze betaling onverschuldigd was, omdat zij niet gehouden was de lening van haar overleden echtgenoot aan gedaagde terug te betalen.

De rechtbank stelt vast dat eiseres en haar echtgenoot onder huwelijkse voorwaarden waren gehuwd zonder gemeenschap van goederen, waardoor eiseres niet aansprakelijk was voor de schulden van haar echtgenoot. Echter, de betaling werd gedaan op basis van een overeenkomst tussen eiseres en de kinderen van haar echtgenoot, die als erfgenamen meewerkten aan de levering van de woning onder de voorwaarde dat de leningen aan gedaagde en een andere schuldeiser zouden worden afgelost.

Hoewel eiseres onder protest instemde met deze afspraak, is deze overeenkomst niet vernietigd en blijft zij rechtsgeldig. Hierdoor is de betaling aan gedaagde niet onverschuldigd. De vordering van eiseres wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van €4.084,- wordt afgewezen omdat betaling is verricht op basis van een geldige, niet vernietigde overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8219659 CV EXPL 19-53264
uitspraak: 10 april 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats eiseres] ,
eiseres, hierna genoemd: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. V.T.E. Kuijpers,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde, hierna genoemd: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. W. Suttorp.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 18 november 2019, met producties;
de conclusie van antwoord, met productie;
het tussenvonnis van 14 januari 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
de door [eiseres] ten behoeve van de mondelinge behandeling overgelegde producties;
de door [gedaagde] ten behoeve van de mondelinge behandeling overgelegde productie;
de aantekening dat de mondelinge behandeling op 10 maart 2020 heeft plaatsgevonden.
Het vonnis is bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.
2.1.
[eiseres] is op 26 september 2006 in het huwelijk getreden met [echtgenoot eiseres] (hierna: [echtgenoot eiseres] ). Dit huwelijk is geëindigd door het overlijden van [echtgenoot eiseres] op 25 februari 2019.
2.2.
De enige erfgenamen van [echtgenoot eiseres] zijn [eiseres] en de twee kinderen van [echtgenoot eiseres] , [kind 1] en [kind 2] , (hierna: de kinderen). Alle erfgenamen hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard.
2.3.
Op 22 november 1985 heeft [echtgenoot eiseres] een bedrag van fl. 9.000,- geleend van [gedaagde] en een bedrag van fl. 9.000,- van mevrouw [naam] (hierna: [naam] ). [naam] is de ex-echtgenote van [echtgenoot eiseres] en de moeder van de kinderen. Deze leningen zijn door [echtgenoot eiseres] nooit afgelost en vallen dus als schuld in zijn nalatenschap.
2.4.
[eiseres] en [echtgenoot eiseres] waren eigenaar van de woning aan de [adres] (hierna: de woning). [eiseres] voor 99/100e deel en [echtgenoot eiseres] voor 1/100e deel. [eiseres] heeft deze woning op 2 september 2019, dus na het overlijden van [echtgenoot eiseres] , verkocht.
2.5.
De kinderen dienden als erfgenamen mee te werken aan de levering van de woning. Zij waren hiertoe slechts bereid indien de leningen aan [gedaagde] en [naam] zouden worden afgelost. Zij hebben beiden op 28 oktober 2019 een volmacht verkoop registergoed getekend onder de voorwaarde dat zowel de lening aan [naam] als de lening aan [gedaagde] zal worden afgelost door naar ieder van hen een bedrag van € 4.084,- over te maken.
2.6.
[eiseres] heeft de notaris een door haar op 30 oktober 2019 getekend stuk doen toekomen met de volgende inhoud:
“Toevoeging aan Volmacht (…)Onder protest heb ik toegegeven om in bovengenoemde volmacht op te laten nemen de clausule dat ik de schulden aan Mevr. [naam] (…) en Mevr. [gedaagde] (…) zou betalen. Deze zijn gemaakt door wijlen [echtgenoot eiseres] ver voor mijn huwelijk. We zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd. Alle erfgenamen hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard. Aangezien ik 100% eigenaar ben van de woning (zie kadaster) en de heer [kind 1] en mevr. [kind 2] (de kinderen, toevoeging rechtbank) maar recht zouden hebben op 1% van de bezittingen van wijlen [echtgenoot eiseres] . is de eis van 2 x € 4.084,00 niet redelijk en onterecht.Als ik met de eis van [kind 1] en [kind 2] niet akkoord zou gaan, wilden zij absoluut niet meewerken aan de verkoop van de woning. (…)”
2.7.
Op 1 november 2019 heeft de levering van de woning plaatsgevonden, waarbij gebruik is gemaakt van de hiervoor vermelde volmacht van de kinderen. [eiseres] is zelf bij de notaris verschenen en heeft daar de leveringsakte getekend.
2.8.
De notaris heeft vanuit de door hem ontvangen koopsom van de woning zowel aan [naam] als aan [gedaagde] een bedrag van € 4.084,- uitbetaald.

3..De vordering en het verweer

3.1.
[eiseres] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:
1. voor recht te verklaren dat [eiseres] niets aan [gedaagde] verschuldigd is;
2. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van € 4.089,-, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente;
3. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat het bedrag van € 4.084,- onverschuldigd aan [gedaagde] is betaald.
3.3.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.

4..De beoordeling

4.1.
[gedaagde] heeft in haar conclusie van antwoord betwist dat [eiseres] en [echtgenoot eiseres] onder huwelijkse voorwaarden en met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen waren gehuwd. Nadat [eiseres] een kopie van de akte huwelijkse voorwaarden heeft overgelegd, heeft [gedaagde] deze betwisting niet langer gehandhaafd. Vast staat derhalve dat er geen gemeenschap van goederen bestond tussen [eiseres] en [echtgenoot eiseres] . [eiseres] was dus niet gehouden om de leningen van [echtgenoot eiseres] terug te betalen.
4.2.
Het voorgaande rechtvaardigt echter niet de conclusie dat er sprake is van onverschuldigde betaling, zoals [eiseres] stelt. Wil hiervan sprake zijn dat moet de betaling aan [gedaagde] zonder rechtsgrond zijn verricht (artikel 6:203 BW Pro). Dat wil zeggen dat er geen rechtsverhouding aanwijsbaar is die het verrichten van de prestatie rechtvaardigt. Voor onderhavige betaling valt echter wel een rechtsverhouding aan te wijzen, namelijk de afspraak die [eiseres] met de kinderen heeft gemaakt en waaraan zij uitvoering heeft gegeven door de leveringsakte te tekenen. [eiseres] stelt dat zij de afspraak onder protest heeft gemaakt, maar dit betekent niet dat hierdoor geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen. Het feit dat [eiseres] heeft geprotesteerd maakt niet dat de overeenkomst niet rechtsgeldig of nietig is. Omdat [eiseres] de overeenkomst ook niet heeft vernietigd op grond van artikel 3:44 BW Pro is deze overeenkomst nog steeds aan te wijzen als rechtsgrond voor de betaling van het bedrag van € 4.084,- aan [gedaagde] . Dit betekent dat er geen sprake is van onverschuldigde betaling. De vordering van [eiseres] wordt daarom afgewezen.
4.3.
[eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

5..De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 480,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
423