ECLI:NL:RBROT:2020:3135

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 april 2020
Publicatiedatum
8 april 2020
Zaaknummer
C/10/594361 / FA RK 20-2366
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging tot voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz

De officier van justitie verzocht op 3 april 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 2 april 2020 was opgelegd aan betrokkene, die verblijft in een psychiatrische instelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 6 april 2020, waarbij betrokkene en een verpleegkundig specialist telefonisch werden gehoord. De officier was niet aanwezig.

De rechtbank toetste aan de criteria van artikel 7:7 en Pro 7:8 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Er is vastgesteld dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, namelijk het risico dat betrokkene zichzelf van het leven zal beroven of ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen. Dit wordt vermoed veroorzaakt door een depressieve stoornis. De crisismaatregel kan het ernstige nadeel wegnemen en de ernst van de situatie maakt dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De verplichte zorg omvat onder meer het toedienen van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, onderzoek aan kleding en lichaam, controle op gedrag-beïnvloedende middelen, beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en bezoekrecht, en opname in een accommodatie. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De maatregelen zijn evenredig en naar verwachting effectief.

De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken, tot en met 27 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/594361 / FA RK 20-2366
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan het [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,
thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,
advocaat mr. A. Rhijnsburger te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 2 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 2 april 2020;
 de medische verklaring opgesteld door J. Metselaar, psychiater, van 2 april 2020;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 april 2020.
Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
 betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
 G. Muller, verpleegkundig specialist i.o., verbonden aan Parnassia Groep.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Criteria crisismachtiging
2.1.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz Pro kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.1.2.
Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz Pro kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro tegen de zorg.
2.1.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Het risico bestaat dat betrokkene zichzelf van het leven zal beroven of ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een depressieve stoornis.
Het vermoeden bestaat dat met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. HetBetrokkene geeft tijdens de zitting aan dat zij het liefst naar huis wil om haar leven te beëindigen. Zij acht de kans dat dit lukt minder groot als zij in de instelling verblijft. De behandelaar van betrokkene geeft aan dat het voor betrokkene moeilijk lijkt om een hulpvraag te formuleren. Enerzijds geeft betrokkene aan het leven niet meer te zien zitten, anderzijds lijkt er toch nog ruimte te zijn voor behandeling. Betrokkene is daarom aangemeld bij het Centrum Intensieve Begeleiding. Zij zullen de situatie binnenkort bespreken. Aan de hand daarvan kan betrokkene worden opgenomen op een gesloten afdeling waar zij de juiste behandeling en begeleiding zal kunnen krijgen.
2.1.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
Verplichte zorg
2.2.1.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
 het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;
 het beperken van de bewegingsvrijheid;
 het insluiten;
 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
 het onderzoek aan kleding of lichaam;
 het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen;
 het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
 het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
 het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
 het opnemen in een accommodatie.
2.2.2.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.2.3.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.1. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 april 2020.
Deze beschikking is op 6 april 2020 mondeling gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 8 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.