Het CAK heeft een vordering ingesteld tegen de gedaagde tot betaling van openstaande facturen voor eigen bijdragen voor ontvangen zorg, hulpmiddelen en voorzieningen. De eigen bijdragen zijn vastgesteld op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015. De gedaagde heeft de termijnen voor bezwaar en beroep niet benut, waardoor de beschikkingen formele rechtskracht hebben gekregen.
De gedaagde betwist de vordering en stelt dat de facturen zijn betaald, maar kan dit niet met concreet bewijs onderbouwen. De rechtbank oordeelt dat de door het CAK overgelegde facturen en betalingsbewijzen van de gedaagde betrekking hebben op verschillende perioden, en dat de gedaagde gehouden is de openstaande bedragen te voldoen.
De rechtbank wijst de vordering toe, inclusief de hoofdsom van €245,60, wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, en buitengerechtelijke incassokosten van €48,40. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.