Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechters in de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende op 7 april 2020 een wrakingsverzoek in tegen mr. A.A. Kalk en mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, nadat deze rechters reeds een einduitspraak hadden gedaan in eerdere bestuursrechtelijke procedures van verzoeker. De rechtbank oordeelde dat wraking bedoeld is om onpartijdigheid te waarborgen zolang de rechter nog betrokken is bij de zaak. Omdat de rechters de zaak niet meer behandelden op het moment van het wrakingsverzoek, is verzoeker niet-ontvankelijk.
Daarnaast stelde verzoeker dat eerdere betrokkenheid van de rechters bij zijn zaken een grond tot wraking vormde. De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak waarin wordt gesteld dat het enkele feit dat een rechter eerder een zaak van dezelfde partij behandelde, geen zwaarwegende aanwijzing is voor partijdigheid. Verzoeker, bekend met deze rechtspraak en met een lange reeks wrakingsverzoeken, maakte aldus misbruik van het wrakingsmiddel.
De rechtbank bepaalde daarom dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek en legde een algemene maatregel op dat alle toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker die gebaseerd zijn op eerdere behandeling door dezelfde rechters, binnen een periode van twaalf maanden niet in behandeling worden genomen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken op 8 april 2020.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek en toekomstige verzoeken op dezelfde grond worden niet in behandeling genomen.