ECLI:NL:RBROT:2020:3179
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op verzoek van de officier van justitie een zaak betreffende de verlening van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, lijdend aan een bipolaire stoornis, verblijft in een zorginstelling en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege het coronavirus telefonisch plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat en diverse zorgmedewerkers gehoord. De rechtbank concludeerde dat er geen mogelijkheden voor passende vrijwillige zorg zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en naar verwachting effectief is. De voorgestelde zorgmaatregelen omvatten onder meer medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting, kleding- en lichaamsonderzoek, beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en het recht op bezoek, alsmede opname in een accommodatie.
Betrokkene gaf aan graag terug te willen keren naar Ghana, hetgeen besproken werd met zijn curator en het FACT-team. De rechtbank wees enkele door de officier verzochte zorgvormen af wegens onvoldoende onderbouwing. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 20 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met diverse verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.