ECLI:NL:RBROT:2020:3180
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek moratorium en opschorting ontruiming huurwoning wegens stabiele financiële situatie
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b van de Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen bij vonnis van 15 november 2019. Verzoekster staat onder beschermingsbewind en beschikt over een stabiel inkomen uit arbeid, waarmee zij de lopende huurtermijnen tijdig en volledig heeft voldaan.
De rechtbank heeft de schriftelijke behandeling van het verzoek verricht zonder fysieke zitting vanwege de coronamaatregelen. Verweerster, de verhuurder, stelde dat de huurachterstand was opgelopen tot meer dan 5.000 euro en betwistte de financiële situatie van verzoekster. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden.
De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van verzoekster om in haar woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Daarom werd het moratorium voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal worden afgerond. De rechtbank bepaalde dat het schuldhulpverleningsbureau uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag moet uitbrengen.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.C.A.T. Frima op 6 april 2020, waarbij de griffier de uitspraak niet medeondertekende.
Uitkomst: Verzoek moratorium wordt toegewezen en ontruiming huurwoning wordt voor zes maanden opgeschort onder voorwaarde van tijdige betaling lopende huurtermijnen.