ECLI:NL:RBROT:2020:3211

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 april 2020
Publicatiedatum
10 april 2020
Zaaknummer
C/10/586561 / JE RK 19-3554
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige met uitstel zitting wegens coronamaatregelen

De rechtbank Rotterdam heeft op 2 april 2020 een beschikking gegeven waarin de ondertoezichtstelling van een minderjarige wordt verlengd. Dit volgt op een eerder besluit van 23 december 2019 waarbij de ondertoezichtstelling was verlengd tot 9 april 2020. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond had verzocht om verlenging voor de duur van één jaar.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden en is de behandeling van het verzoek aangehouden. De kinderrechter heeft op basis van de overgelegde stukken vastgesteld dat de grond voor ondertoezichtstelling, zoals bedoeld in artikel 1:255 BW Pro, is voldaan.

Daarom is de ondertoezichtstelling verlengd met drie maanden tot 9 juli 2020. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot een zitting die gepland staat op 2 juni 2020, afhankelijk van de coronasituatie. De gecertificeerde instelling is verzocht om uiterlijk twee weken voor die datum een rapportage te overleggen aan de kinderrechter en de belanghebbenden.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kinderrechter A.A.J. de Nijs, met griffier V. de Roo. Er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na dagtekening, via het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 9 juli 2020 met uitstel van verdere behandeling.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/586561 / JE RK 19-3554
datum uitspraak: 2 april 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] ,

[naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 23 december 2019 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop en op de complexiteit van de onderhavige zaak zal de kinderrechter op dit moment zonder dat de belanghebbenden zijn gehoord een korte overbruggingsbeslissing nemen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] woont bij de vader.
Bij beschikking van 23 december 2019 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot
9 april 2020.

Het aangehouden verzoek

De GI heeft destijds verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar. De beslissing over de periode tot 9 januari 2021 resteert.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken blijkt dat
vooralsnogis voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van drie maanden en de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden.
De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna genoemde zittingsdatum recente informatie aan de kinderrechter, met afschrift daarvan aan de belanghebbenden, te doen toekomen en daarbij tevens te vermelden of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 9 juli 2020;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

bepaalt dat het verhoor van de GI en de belanghebbenden in deze zaak zal plaatsvinden op
2 juni 2020 te 14:00uur, in beginsel, afhankelijk van de ontwikkelingen tijdens de coronacrisis, in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI en de belanghebbenden;
verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter, en de belanghebbenden, de verzochte rapportage te doen toekomen;
gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. de Roo als griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.