ECLI:NL:RBROT:2020:3241

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 april 2020
Publicatiedatum
10 april 2020
Zaaknummer
C/10/594095 / FA RK 20-2210
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 WzdArt. 38 WzdArt. 39 WzdArt. 29 lid 1 en 2 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting inbewaringstelling wegens ziekte van Alzheimer en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met de ziekte van Alzheimer. De burgemeester van Rotterdam had reeds een last tot inbewaringstelling afgegeven op grond van artikel 29 Wzd Pro. Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de cliënt, zijn advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, een psychiater en een familielid telefonisch werden gehoord, werd vastgesteld dat de cliënt ernstig nadeel dreigt te ondervinden.

De cliënt vertoont symptomen van Alzheimer zoals achterdocht, agitatie, ontremming en impulsiviteit, en is niet meer zelfredzaam zonder vaste structuur en begeleiding. Hij had zichzelf opgesloten, was verdwaald aangetroffen en ontving onvoldoende zorg thuis. De thuissituatie was onveilig, mede doordat zijn vrouw naar het buitenland was vertrokken en de kinderen de zorg niet konden opschalen. De specialist ouderengeneeskunde gaf aan dat de cliënt tegen advies in was ontslagen en dat opname noodzakelijk is vanwege de behoefte aan 24-uurs zorg en toezicht.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar die hetzelfde effect bereiken. Ondanks het verzet van de cliënt, die naar huis wil, is voldaan aan de wettelijke criteria. De machtiging wordt daarom voor zes weken verleend, tot en met 13 mei 2020.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door de ziekte van Alzheimer.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/594095 / FA RK 20-2210
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 1 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] , [geboorteplaats cliënt] , [geboorteland cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in Stichting Lelie Zorggroep, verpleeghuis Siloam te Rotterdam,
advocaat mr. J.A. van Gemeren te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 31 maart 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de beschikking van de burgemeester van 30 maart 2020;
 de verklaring van drs. S. Geldermans, arts, van 30 maart 2020;
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg d.d. 23 mei 2019;
 de aanvraag van 31 maart 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 april 2020, in het gebouw van de rechtbank Rotterdam. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) gelijktijdig telefonisch gehoord:
 cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat;
 [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde, en
 [naam psychiater] , psychiater, beiden verbonden aan Stichting Lelie Zorggroep, verpleeghuis Siloam;
 [naam zoon betrokkene] , zoon van betrokkene.

2..Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 37 Wzd Pro in samenhang gelezen met de artikelen 38 en 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgermeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en Pro 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.
2.2.
Op 30 maart 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Rotterdam ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling genomen.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er
sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang.
Bij cliënt is sprake van de ziekte van Alzheimer. Cliënt is achterdochtig, geagiteerd, ontremd, impulsief en heeft moeite met het vinden van woorden. Daarnaast is cliënt niet meer zelfredzaam zonder dat hem vaste structuur en begeleiding geboden wordt. Cliënt heeft voorafgaand aan de opname zichzelf in zijn woning opgesloten, is op straat verdwaald aangetroffen door de politie en lag voornamelijk in bed zonder persoonlijke verzorging en zonder eten of drinken. Cliënt heeft geen ziekte-inzicht of besef. Voorts is er geen steunsysteem; zijn vrouw is begin maart 2020 naar Thailand vertrokken en zij kan vanwege het coronavirus niet op korte termijn terugkeren. De kinderen kunnen de zorg niet meer aan en opschalen van de thuiszorg is niet afdoende.
Volgens de specialist ouderengeneeskunde is cliënt op 24 februari jl. tegen het advies in ontslagen. Cliënt zou de zorg vrijwillig accepteren en zijn vrouw nam hem weer mee naar huis. Kort daarna vertrok de vrouw naar Thailand en heeft zij cliënt alleen achtergelaten. Hierop volgde weer een opname. De thuissituatie is te onveilig en de thuiszorg is met een uur per dag onvoldoende. Op grond van de diagnose heeft cliënt 24-uurs zorg en toezicht nodig waardoor een opname noodzakelijk is.
2.5.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Cliënt verzet zich tegen een voortzetting van in de accommodatie. Cliënt geeft herhaaldelijk aan naar huis te willen en weg te willen uit het verpleeghuis.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes weken.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 mei 2020.
Deze beschikking is op 1 april 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 9 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.