Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- namens verzoekster, mr. Z.B. Gyömörei;
- namens verweerster, [betrokkene 3] , bestuurder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De besloten vennootschap [betrokkene 1] BEHEER B.V. verzocht de rechtbank Rotterdam om het faillissement uit te spreken van [betrokkene 2] HOLDING B.V. wegens het niet betalen van een hypothecaire geldlening en andere schulden. De vordering van verzoekster bedroeg €282.106,70 en was sinds december 2018 geheel onbetaald. Verweerster erkende de vorderingen maar verzocht uitstel tot oktober 2020 om de woning te verkopen en schuldeisers te voldoen.
De rechtbank hanteerde de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken vanwege de Corona-crisis en hoorde partijen telefonisch. Ondanks de toezeggingen van verweerster was er geen concreet betalingsvoorstel om de periode tot oktober te overbruggen. De rechtbank oordeelde dat het faillissement niet langer uitgesteld kon worden, mede omdat een faillissement de verkoop van de woning niet verhindert.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van meerdere schuldeisers met opeisbare vorderingen en dat verweerster in staat van faillissement verkeerde. Op grond van artikel 6 lid 3 Faillissementswet Pro werd het faillissement uitgesproken, een rechter-commissaris benoemd en een curator aangesteld. Het vonnis werd op 7 april 2020 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vennootschap failliet wegens het niet voldoen van opeisbare vorderingen ondanks eerdere betalingsregelingen.