Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- namens verzoekster, mr. J.H.N. Vogelsang en mr. W.A.J. Stregels;
- namens verweerster, mr. M. Hogenboom en [betrokkene] , bestuurder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een faillissementsverzoek ingediend tegen verweerster wegens het niet betalen van een vordering van €450.000, voortvloeiend uit een aannemingsovereenkomst die deels buitengerechtelijk was ontbonden. Verweerster betwist de vordering gemotiveerd en stelt dat verzoekster zelf in verzuim is en de ontbinding niet rechtsgeldig is.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken vanwege de Corona-crisis, waarbij partijen schriftelijk en telefonisch zijn gehoord. Uit het summier onderzoek blijkt dat verzoekster niet heeft aangetoond dat het verweer van verweerster zonder redelijke kans van slagen is. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat verweerster heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank wijst het faillissementsverzoek daarom af en veroordeelt verzoekster in de proceskosten. De beslissing is genomen door rechter J.C.A.T. Frima op 9 april 2020. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van opeisbare vordering en betalingsonmacht.