ECLI:NL:RBROT:2020:3290
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing machtiging tot voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz
De officier van justitie verzocht op 2 april 2020 om voortzetting van een op 1 april 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in Antes GGZ. De mondelinge behandeling vond plaats op 3 april 2020, waarbij betrokkene, zijn advocaat en een arts van Antes GGZ telefonisch werden gehoord. De officier verscheen niet ter zitting.
De rechtbank beoordeelde de aanvraag aan de hand van artikel 7:7 en Pro 7:8 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Er is vastgesteld dat er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat door ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, alsmede een risico op ernstig lichamelijk letsel voor anderen. Dit nadeel wordt vermoed veroorzaakt door een psychische stoornis, vermoedelijk schizofrenie, waarbij betrokkene medicatie weigert en paranoïde en suïcidale gedachten vertoont.
De crisissituatie is dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De rechtbank acht de voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en proportioneel, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, onderzoek en controle op gedrag-beïnvloedende middelen, beperking van bezoek en opname in een accommodatie. De advocaat van betrokkene verzette zich tegen de bezoekbeperking, maar de rechtbank vond deze maatregel gerechtvaardigd vanwege de Coronacrisis.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 24 april 2020. De beschikking is mondeling gegeven op 3 april 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 8 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.