ECLI:NL:RBROT:2020:3335
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring besloten vennootschap wegens opeisbare schulden en pluraliteit schuldeisers
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot faillietverklaring van een besloten vennootschap, ingediend door twee vennootschappen die elk een opeisbare vordering hadden. Verweerster betwistte het vorderingsrecht niet, maar stelde dat er slechts één schuldeiser was omdat de vorderingen van verzoeksters als één moesten worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van pluraliteit van schuldeisers, mede gelet op een eerder vonnis waarin de verweerster tot betaling aan beide vennootschappen werd veroordeeld. Ook werd vastgesteld dat de verweerster op enig moment betalingen aan een andere entiteit moest doen, wat duidt op meerdere schuldeisers.
Op basis van artikel 6 Faillissementswet Pro werd de faillietverklaring uitgesproken omdat summierlijk bleek dat verweerster is opgehouden te betalen en de vorderingsrechten bestaan. De rechtbank benoemde een curator en rechter-commissaris en gaf de curator de bevoegdheid brieven en telegrammen te openen. De procedure vond plaats onder de tijdelijke regeling vanwege de coronacrisis.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de besloten vennootschap failliet wegens opeisbare vorderingen van meerdere schuldeisers.