ECLI:NL:RBROT:2020:3358

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2020
Publicatiedatum
14 april 2020
Zaaknummer
8386364 CV EXPL 20-8388
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 5 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 237 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering en afwijzing matiging proceskosten na tandartsrekening

Famed B.V. vordert betaling van een tandartsrekening van €86,03, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van €40,00 en wettelijke rente, van [gedaagde]. [gedaagde] erkent de vordering en heeft een betalingsregeling getroffen, maar verzoekt matiging van de proceskosten wegens financiële omstandigheden.

De rechtbank stelt vast dat de vordering niet wordt betwist en dat de aanmaning aan de wettelijke eisen voldoet. De buitengerechtelijke incassokosten worden daarom toegewezen. De gevorderde rente wordt eveneens toegewezen.

Het verzoek tot matiging van de proceskosten wordt afgewezen omdat de financiële situatie van [gedaagde] geen grond vormt voor matiging. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, incassokosten, rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de hoofdsom, incassokosten, rente en proceskosten en wijst het verzoek tot matiging af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8386364 CV EXPL 20-8388
uitspraak: 10 april 2020 (bij vervroeging)
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Famed B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
eiseres,
gemachtigde: YARDS Deurwaardersdiensten B.V. te Almere,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Famed’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
  • het exploot van dagvaarding van 4 maart 2020, met producties;
  • de conclusie van antwoord.
1.2
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang het volgende vast.
2.1
[gedaagde] heeft op 24 juli 2019 een tandheelkundige behandeling ondergaan bij Dental Care Rotterdam B.V., welke is gefactureerd met factuurnummer [nummer factuur] voor een bedrag van in totaal € 86,03.
2.2
Dental Care Rotterdam B.V. heeft haar vordering op [gedaagde] overgedragen aan Famed.

3..De vordering

3.1
Famed heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 126,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 86,03 vanaf 28 februari 2020 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2
Aan haar vordering heeft Famed – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.
3.2.1
[gedaagde] is, ondanks aanmaning en sommatie, in gebreke gebleven met de tijdige en volledige betaling van de door Famed aan haar verzonden factuur van 9 augustus 2019 voor een totaalbedrag van € 86,03 .
3.2.2
Door de wanbetaling van [gedaagde] zag Famed zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Op 20 september 2019 heeft de gemachtigde van Famed [gedaagde] aangemaand. De gemaakte kosten van € 40,00 komen op grond van artikel 6:96 lid 5 Burgerlijk Pro Wetboek voor rekening van [gedaagde] .
3.2.3
Voorts maakt Famed aanspraak op de wettelijke rente, waaronder een bedrag van € 0,81 aan vervallen rente berekend tot 28 februari 2020.

4..Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering niet betwist. Zij heeft aangevoerd dat zij met Famed een billijke betalingsregeling getroffen heeft en dat daarom vonnis gewezen kan worden. [gedaagde] verzoekt de kosten te matigen omdat deze gelet op de hoogte van de hoofdsom en de financiële situatie van [gedaagde] relatief hoog zijn.

5..De beoordeling van de vordering

5.1
[gedaagde] heeft de verschuldigdheid en hoogte van de vordering van Famed erkend. De vordering tot betaling van de hoofdsom van € 86,03 wordt door de kantonrechter dan ook toegewezen.
5.2
Famed maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Famed, althans haar gemachtigde, heeft aan [gedaagde] een aanmaning verzonden, die voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 Burgerlijk Pro Wetboek gestelde eisen. Nu [gedaagde] hieromtrent geen verweer heeft gevoerd, zal van de ontvangst van deze aanmaning door [gedaagde] worden uitgegaan. Daarnaast staat vast dat [gedaagde] niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn tot volledige betaling van de gevorderde hoofdsom is overgegaan. Het gevorderde bedrag van € 40,00 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt dan ook toegewezen.
5.3
De gevorderde vervallen rente van € 0,81 zal als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen. De gevorderde rente vanaf 28 februari 2020 wordt toegewezen zoals onder de beslissing vermeld.
5.4
[gedaagde] heeft verzocht de (proces)kosten te matigen. Op grond van artikel 237 lid 1 Rv Pro wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, veroordeeld in de proceskosten. [gedaagde] is in deze procedure aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij en wordt daarom in de proceskosten van Famed veroordeeld. De door [gedaagde] aangevoerde (financiële) omstandigheden - hoe vervelend deze ook voor [gedaagde] zijn - leveren geen grond op om de proceskosten te matigen of te compenseren. Dat verweer wordt daarom verworpen. [gedaagde] wordt dan ook als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

6..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Famed tegen kwijting te betalen € 126,84 aan hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en vervallen rente, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over € 86,03 vanaf 28 februari 2020 tot de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Famed vastgesteld op € 210,85 aan verschotten en € 36,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, en wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken en ondertekend door mr. W.J.J. Wetzels ter openbare terechtzitting.
44485