Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
van Twente),
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
€ 350,00.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres en gedaagde hadden een affectieve relatie en woonden samen, waarbij eiseres eigenaar was van de hond. Sinds april 2018 is eiseres niet meer in bezit van de hond, die als vermist staat geregistreerd. Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde de hond aflevert of anders de verblijfplaats van de hond of zichzelf bekendmaakt, met dwangsom en lijfsdwang bij niet-nakoming.
Gedaagde betwist het bezit van de hond en stelt niet te weten waar de hond is. De rechtbank stelt vast dat eiseres eigenaar is en de hond verzorgde, maar dat onvoldoende bewijs is geleverd dat gedaagde de hond momenteel onder zich heeft of de locatie kent. Overgelegde verklaringen en communicatie zijn grotendeels in het Turks en niet door beëdigd vertaler vertaald, waardoor de juistheid niet kan worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de kwestie nader bewijs vereist dat in kort geding niet kan worden geleverd. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gezien de relatie tussen partijen worden de proceskosten gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen tot afgifte van de hond en bekendmaking verblijfplaats worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.