De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland verzocht de rechtbank Rotterdam om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds enige tijd in een gezinshuis verblijft. De kinderrechter heeft de zaak telefonisch behandeld vanwege de coronamaatregelen.
De minderjarige ontwikkelt zich goed in het gezinshuis en onderhoudt positief contact met de vader, bij wie hij elk weekend verblijft. De moeder heeft aangegeven geen betrokkenheid meer te willen bij het leven van het kind. De instelling heeft daarom ook een verzoek ingediend tot een gezagsbeëindigende maatregel ten aanzien van de moeder.
De kinderrechter oordeelt dat het belang van het kind gebaat is bij voortzetting van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, mede omdat de vader nog niet volledig in staat is de opvoeding op zich te nemen. De verlenging wordt daarom voor een jaar toegekend, met het oog op de stabiliteit en verzorging van het kind in het gezinshuis.