ECLI:NL:RBROT:2020:3400
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs aanzegging huurverhogingen 2015-2018
In deze zaak vordert eiser betaling van huurachterstanden als gevolg van niet betaalde huurverhogingen over de jaren 2015 tot en met 2018. Eiser moest aantonen dat de huurverhogingen tijdig en schriftelijk aan gedaagde waren aangezegd.
De kantonrechter overweegt dat de huurverhoging minimaal twee maanden voor ingangsdatum schriftelijk moet zijn aangezegd. Uit het tussenvonnis van december 2019 bleek dat de huurverhoging van 2015 vanwege te late aanzegging niet in rekening mocht worden gebracht. Eiser heeft kopieën van brieven overgelegd, maar gedaagde betwist de ontvangst. Schriftelijke verklaringen van eiser en een boekhouder worden onvoldoende geacht als bewijs. Ook bewijs van retour ontvangen aangetekende brieven ontbreekt.
De kantonrechter concludeert dat niet vaststaat dat gedaagde de brieven met huurverhogingen heeft ontvangen. Daarom mogen de huurverhogingen van 2015 tot en met 2018 niet worden doorberekend. De vordering tot betaling van huurachterstanden en toekomstige huurpenningen wordt afgewezen. Ook de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huurachterstanden en toekomstige huurpenningen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aanzegging.