ECLI:NL:RBROT:2020:3429

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 april 2020
Publicatiedatum
15 april 2020
Zaaknummer
C/10/593927 / JE RK 20-844 en C/10/593928 / JE RK 20-845
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.10 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing spoedmachtiging gesloten jeugdhulp wegens niet voldoen aan wettelijke vereisten

De rechtbank Rotterdam behandelde op 6 april 2020 een zaak betreffende een minderjarige die onder toezicht is gesteld en waarvoor een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp was verleend. De minderjarige vertoonde ernstig problematisch en agressief gedrag, waardoor de thuissituatie onveilig was en er zorgen waren over zijn ontwikkeling. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) verzochten verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp.

Vanwege de coronamaatregelen vond de zitting telefonisch plaats. De minderjarige werd niet gehoord vanwege het risico dat hij zou weglopen. De kinderrechter constateerde dat de wettelijke vereisten voor de machtiging gesloten jeugdhulp niet waren vervuld, onder meer omdat de gedragswetenschapper en advocaat de minderjarige niet konden spreken en de minderjarige niet op de hoogte was gebracht van het verzoek.

De rechtbank besloot daarom de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp op te heffen en het overige verzoek af te wijzen. De voorlopige ondertoezichtstelling bleef gehandhaafd. De zaak werd aangehouden tot een nieuwe zitting op 4 juni 2020, waarbij de Raad, GI en belanghebbenden telefonisch worden gehoord. Indien een geschikte plek voor gesloten jeugdhulp beschikbaar komt, kan een nieuw verzoek worden ingediend dat wel aan de wettelijke vereisten voldoet.

Uitkomst: De spoedmachtiging gesloten jeugdhulp wordt opgeheven en het overige verzoek afgewezen, terwijl de voorlopige ondertoezichtstelling gehandhaafd blijft.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/593927 / JE RK 20-844 en C/10/593928 / JE RK 20-845
datum uitspraak: 6 april 2020

beschikking

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 26 maart 2020 en de daarin genoemde stukken,
- de instemmende verklaring d.d. 30 maart 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper,
- het e-mailbericht van de advocaat van [voornaam minderjarige] , mr. T. Gümüs, d.d. 2 april 2020,
- de brief van de Raad van 2 april 2020, ingekomen bij de griffie op 3 april 2020,
- het faxbericht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, van 3 april 2020, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.
Op 6 april 2020 zou de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandelen. Omdat in verband met het COVID-19 virus de rechtbanken slechts zeer beperkt toegankelijk zijn, zijn betrokkenen in de gelegenheid gesteld om telefonisch gehoord te worden.
De kinderrechter heeft door middel van een conference call telefonisch gehoord:
- de advocaat mr. T. Gümüs namens [voornaam minderjarige] ,
- de moeder,
- de vader,
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] .
Opgeroepen en niet telefonisch gehoord is [voornaam minderjarige] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige] woont bij de ouders.
Bij beschikking van 26 maart 2020 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot
26 juni 2020. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook een machtiging gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] verleend voor de duur van vier weken. De beslissing voor het overig
verzochte is aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De Raad heeft een machtiging gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 26 juni 2020.
De Raad heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn veel zorgen over [voornaam minderjarige] . Hij onttrekt zich aan het gezag, gebruikt geweld en is vaak in contact met de politie. [voornaam minderjarige] heeft duidelijke grenzen en structuur nodig. Een behandeling van zijn gedragsproblemen is noodzakelijk.
De Raad is het met de kinderrechter eens dat het verzoek juridisch niet aan alle vereisten voldoet. Er is mogelijk op 11 april 2020 een plek voor [voornaam minderjarige] bij het Anker (Harreveld).

De standpunten

De GI heeft ter zitting toegelicht dat de plek bij Harreveld zal vervallen als er geen machtiging gesloten jeugdhulp meer is. De GI heeft grote zorgen over [voornaam minderjarige] . Er is sprake van een nijpende situatie. De GI verzoekt om het verzoek aan te houden tot 11 april 2020, zodat de gedragswetenschapper en de advocaat met [voornaam minderjarige] kunnen praten en er zicht is op een plek.
De advocaat van [voornaam minderjarige] heeft verzocht om het verzoek af te wijzen. De advocaat en gedragswetenschapper hebben niet met [voornaam minderjarige] kunnen spreken. Er wordt daardoor niet aan de wettelijke vereisten voldaan.
De ouders hebben aangegeven dat het thuis niet goed gaat met [voornaam minderjarige] . De ouders maken zich zorgen om [voornaam minderjarige] . Hij doet wat hij zelf wil en gaat met verkeerde vrienden om. De situatie is onveilig. De ouders stemmen in met een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp.

De beoordeling

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op
www.rechtspraak.nlis gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de kinderrechter mr. T. Gümüs, de ouders, de zittingsvertegenwoordigster van de Raad en de GI telefonisch gehoord. De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling.
[voornaam minderjarige] wordt momenteel ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Hij vertoont al langere tijd problematisch, agressief en zelfbepalend gedrag, waardoor er veel spanningen zijn in de thuissituatie. Ook onttrekt [voornaam minderjarige] zich aan de hulpverlening. De afgelopen periode is [voornaam minderjarige] vaak weggelopen en in aanraking gekomen met de politie. Hij is ontregeld en ontremd. Ondanks de inzet van vrijwillige hulpverlening is het gedrag van [voornaam minderjarige] niet verbeterd. De ouders weten niet hoe zij de huidige situatie kunnen veranderen. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de voorlopige ondertoezichtstelling in stand moet blijven. De belanghebbenden stemmen hiermee in.
Ten aanzien van het verzoek tot een machtiging gesloten jeugdhulp overweegt de kinderrechter als volgt.
Gelet op bovenstaande ziet de kinderrechter dat er sprake is van een ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren en dat een plaatsing in een gesloten jeugdhulpinstelling noodzakelijk is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich aan de jeugdhulp zal onttrekken. De kinderrechter is echter van oordeel dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een machtiging gesloten jeugdhulp op grond van artikel 6.1.2, zesde lid en artikel 6.1.10, eerste en vierde lid, Jeugdwet.
De spoedmachtiging gesloten jeugdhulp die op 26 maart 2020 door de kinderrechter is verleend, is op dit moment nog niet geëffectueerd, omdat er geen plek voor [voornaam minderjarige] beschikbaar is. [voornaam minderjarige] woont nog steeds bij zijn ouders. [voornaam minderjarige] is niet op de hoogte gebracht van het verzoek tot een machtiging gesloten jeugdhulp, omdat er een hoog risico bestaat dat [voornaam minderjarige] weg zal lopen. Dit heeft tot gevolg gehad dat er een instemmingsverklaring is overlegd, waarbij de gedragswetenschapper niet persoonlijk met [voornaam minderjarige] heeft gesproken. Ook heeft [voornaam minderjarige] recht op rechtsbijstand van zijn advocaat mr. Gümüs. De advocaat heeft echter vanwege het weglooprisico niet met [voornaam minderjarige] kunnen spreken. Bovendien heeft de kinderrechter niet met [voornaam minderjarige] gesproken, terwijl [voornaam minderjarige] daar wel recht op heeft. De kinderrechter kan de machtiging gesloten jeugdhulp niet in stand laten en zal daarom de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp met ingang van heden opheffen en het resterende verzoek afwijzen.
Indien er binnenkort een geschikte plek voor [voornaam minderjarige] wordt gevonden, kan de Raad of de GI een nieuw spoedverzoek indienen voor een machtiging gesloten jeugdhulp, waarbij wel aan alle wettelijke vereisten wordt voldaan.

De beslissing

De kinderrechter:
heft de machtiging gesloten jeugdhulp van [voornaam minderjarige] met ingang van heden op;
wijst het overige verzoek af;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing betreffende de definitieve ondertoezichtstelling aan en bepaalt dat het verhoor van de Raad, de GI en de belanghebbenden in deze zaak zal plaatsvinden op
4 juni 2020 om 15:00 uur;
vanwege de landelijke maatregelen die zijn genomen tegen de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) zal er vooralsnog geen fysieke zitting in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125 plaatsvinden, maar zullen betrokkenen op voornoemd tijdstip telefonisch gehoord worden;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbenden;
gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;
verzoekt de Raad uiterlijk twee weken voor de genoemde datum aan de kinderrechter de definitieve raadsrapportage te doen toekomen.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 april 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.