Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:3439

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 april 2020
Publicatiedatum
15 april 2020
Zaaknummer
FT RK 20-87
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Faillissementswet 1Faillissementswet 6
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring van AZ Vlees B.V. en benoeming curator en rechter-commissaris

Op 12 februari 2020 ontving de rechtbank Rotterdam een verzoekschrift van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees tot faillietverklaring van AZ Vlees B.V. De rechtbank heeft, met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken vanwege de coronacrisis, verzoekster telefonisch gehoord en verweerster schriftelijk opgeroepen, maar van verweerster geen reactie ontvangen.

De rechtbank oordeelde dat er summierlijk bewijs was voor het vorderingsrecht van verzoekster en dat verweerster in een toestand verkeert waarin zij is opgehouden te betalen. Gezien het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland, is de rechtbank bevoegd de insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen.

De rechtbank verklaarde AZ Vlees B.V. failliet, benoemde mr. A.C.M. Höppener tot rechter-commissaris en mr. U.R.A. Koeze tot curator. Tevens werd de curator gemachtigd tot het openen van post gericht aan de gefailleerde. De verdere behandeling van het faillissement wordt overgedragen aan de rechtbank Den Haag, die ook de publicaties zal verzorgen. Het vonnis werd op 14 april 2020 uitgesproken.

Uitkomst: AZ Vlees B.V. wordt failliet verklaard en de insolventieprocedure wordt overgedragen aan de rechtbank Den Haag met benoeming van curator en rechter-commissaris.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 14 april 2020
VONNIS op het op 12 februari 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de stichting
STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR VLEES, VLEESWAREN,
GEMAKSVOEDING EN PLUIMVEEVLEES, E.A.
gevestigd te Den Haag,
verzoekster,
advocaat mr. A.M. van Heest,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AZ VLEES B.V.,
kantoorhoudende te Marktweg 339
2525 JJ ‘s-Gravenhage,
statutair gevestigd te Schiedam,
verweerster.

1.De procedure

De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Corona-crisis (hierna: TARIC), verzoeksters en verweerster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 14 april 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoeksters en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.
Op 9 april 2020 is van verzoeksters het voornoemde formulier ontvangen ter griffie van deze rechtbank. Van verweerster is het formulier niet ontvangen en ook overigens is van verweerster, hoewel zij op de bij de wet voorgeschreven wijze is opgeroepen, niets vernomen.
Ter zitting van 14 april 2020 is, conform TARIC, telefonisch gehoord:
- namens verzoeksters, mr. A.M. van Heest.
Mr. Van Heest heeft verklaard te persisteren bij het verzoek.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank,
- verklaart AZ VLEES B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. A.C.M. Höppener, lid van de rechtbank Den Haag;
- stelt aan tot curator mr. U.R.A. Koeze, advocaat te 's-Gravenhage;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
bepaalt:
- dat de taken die de wet in een faillissement aan de rechtbank opdraagt, met uitzondering van de tegen de faillietverklaring in te stellen rechtsmiddelen, na deze beslissing en de publicatie daarvan, door de rechtbank Den Haag worden uitgevoerd;
- dat door de griffier een afschrift van dit vonnis en de overige op de zaak betrekking hebbende stukken per post aan de rechtbank Den Haag worden gezonden;
- dat de griffier van de rechtbank Den Haag wordt verzocht de ontvangst van genoemd vonnis en genoemde stukken en het overnemen van de behandeling van de zaak schriftelijk te bevestigen aan de griffier van deze rechtbank;
- dat de zaak nadat door de rechtbank Den Haag daaraan een dossiernummer is toegekend uitsluitend met dat nummer zal worden aangeduid;
- dat de curator alleen verslag behoeft uit te brengen aan de benoemde rechter-commissaris en dat alle betrokkenen zich vanaf heden uitsluitend zullen richten tot de rechtbank Den Haag dan wel de benoemde rechter-commissaris van de rechtbank Den Haag;
- dat de rechtbank Rotterdam dit vonnis zal publiceren en dat alle verdere publicaties zullen worden verricht door de rechtbank te Den Haag.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van A. Mergen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 april 2020 te 10:10 uur. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende veertien dagen na de dag van deze uitspraak, verzet instellen. Het verzet kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de rechtbank die van deze zaak kennis moet nemen.