Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:3448

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 april 2020
Publicatiedatum
15 april 2020
Zaaknummer
FT EA 20-440
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Faillissementswet 1Faillissementswet 6
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring Modehuis B.V. wegens betalingsonmacht

Op 14 april 2020 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de faillietverklaring van Modehuis B.V., gevestigd te Rotterdam. De faillietverklaring volgde op een eigen aangifte door de vennootschap, waarbij de middellijk bestuurder telefonisch is gehoord.

De rechtbank heeft summierlijk vastgesteld dat Modehuis B.V. is opgehouden te betalen, hetgeen de grond vormt voor de faillietverklaring. Tevens is geoordeeld dat de rechtbank bevoegd is als hoofdprocedure te fungeren, omdat het centrum van voornaamste belangen van de vennootschap in Nederland is gelegen.

De rechtbank heeft mr. B.A. Cnossen benoemd tot rechter-commissaris en mr. J. van Meerkerk tot curator. Tevens is de curator gemachtigd tot het openen van post gericht aan de gefailleerde. De uitspraak is gedaan in de openbare terechtzitting van 14 april 2020.

Uitkomst: Modehuis B.V. wordt failliet verklaard en een curator en rechter-commissaris worden benoemd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 14 april 2020
VONNIS op de aangifte tot faillietverklaring (rekestnummer: [nummer] / FT EA 20/440) van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MODEHUIS [naam] B.V.,
kantoorhoudende aan de Molenvliet 123
3076 CJ Rotterdam,
statutair gevestigd te Rotterdam,
aangeefster.

1.De procedure

[betrokkene] , (middellijk) bestuurder van aangeefster, bijgestaan door mr. S.H. van Erk, advocaat, zijn telefonisch in raadkamer gehoord.

2.De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van feiten of omstandigheden die aantonen dat aangeefster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van aangeefster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank,
- verklaart MODEHUIS [naam] B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. B.A. Cnossen, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. J. van Meerkerk, advocaat te Dordrecht;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van A. Mergen, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2020 te 09:23 uur.