ECLI:NL:RBROT:2020:3483
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van eisers wegens verkeerde partij in huurovereenkomst
Eisers hebben een vordering ingesteld tegen AB InBev Holding wegens niet-naleving van verplichtingen uit een huurovereenkomst die zij met een andere partij hadden gesloten. Zij vorderden schadevergoeding voor gebrekkige oplevering, onderhoudstekortkomingen, verdwenen inboedel en misgelopen huurinkomsten.
AB InBev Holding stelde zich niet-ontvankelijk op omdat de huurovereenkomst niet met haar, maar met een andere rechtspersoon was gesloten. Eisers erkenden dat zij de verkeerde partij hadden gedagvaard en verzochten om proceskostencompensatie.
De kantonrechter oordeelde dat eisers niet-ontvankelijk zijn in hun vordering jegens AB InBev Holding en wees proceskosten toe aan AB InBev Holding, zonder compensatie aan eisers. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens verkeerde partij en veroordeeld in proceskosten.