Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat;
- [naam dochter cliënt] , dochter van cliënt;
- [naam echtgenote cliënt] , echtgenote van cliënt;
- [naam casemanager] , casemanager, verbonden aan Aafje.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 maart 2020 het verzoek van het CIZ om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, waarschijnlijk van het Alzheimertype met gedragsstoornissen. De cliënt woont thuis met zijn echtgenote en dochter en vertoont ernstig nadeel door zijn aandoening, waaronder woede-uitbarstingen, dwaalgedrag en afhankelijkheid van 24-uurs zorg.
De rechtbank stelde vast dat het gedrag van de cliënt een aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen inhoudt. De opname en het verblijf in een geregistreerde accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Daarnaast zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar om het nadeel te voorkomen.
Hoewel de cliënt zich verzet tegen opname en verblijf, oordeelde de rechtbank dat aan de wettelijke criteria van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd) is voldaan. De machtiging wordt daarom verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 17 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door psychogeriatrische aandoening.