ECLI:NL:RBROT:2020:3552
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 23 maart 2020 om voortzetting van een op 22 maart 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan een autismespectrumstoornis en een angststoornis, met symptomen zoals paniekaanvallen en zelfmutilatie. De mondelinge behandeling vond plaats op 25 maart 2020, waarbij betrokkene en haar advocaat telefonisch werden gehoord, evenals de behandelend psychiater.
De rechtbank beoordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, namelijk het risico op ernstig lichamelijk letsel door zelfbeschadiging. Dit nadeel wordt vermoed veroorzaakt door de psychische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De psychiater stelde dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om het gevaar van zelfbeschadiging af te wenden.
De rechtbank achtte de voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking, toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, en opname in een accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 15 april 2020.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 15 april 2020.