ECLI:NL:RBROT:2020:3553
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie verzocht op 23 maart 2020 om voortzetting van een eerder opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De mondelinge behandeling vond plaats op 25 maart 2020, waarbij betrokkene en zijn advocaat telefonisch werden gehoord, evenals een arts van de GGZ-instelling waar betrokkene verblijft.
De rechtbank constateerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een paranoïde psychotisch toestandsbeeld met katatone kenmerken, waarbij betrokkene gevaar voor zichzelf en anderen vormt. Betrokkene vertoont ernstig verward gedrag, heeft geen ziekte-inzicht en verzet zich tegen zorg. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank achtte de voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht, noodzakelijk, evenredig en effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 15 april 2020.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg wordt verleend voor drie weken.