ECLI:NL:RBROT:2020:3560
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging voortzetting crisismaatregel wegens levensgevaar en ernstig letsel
De rechtbank Rotterdam behandelde op 25 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene vertoonde een duidelijke doodswens en was opgenomen vanwege toenemende automutilatie. De opname was aanvankelijk vrijwillig, maar werd gedwongen voortgezet na een ontslagwens.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een psychiater en haar vader gehoord. Uit de medische verklaring en het verhoor bleek dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, namelijk levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. De psychiater stelde dat betrokkene leed aan een depressieve stoornis en posttraumatische stressstoornis, en dat de medicatie nog tijd nodig had om te werken.
De rechtbank oordeelde dat het voortzetten van de crisismaatregel noodzakelijk was om het ernstige nadeel af te wenden. De verplichte zorg werd beperkt tot het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, omdat andere vormen van zorg niet noodzakelijk waren. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 15 april 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken om levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel af te wenden.