ECLI:NL:RBROT:2020:3563
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis en een stoornis in het cannabisgebruik, wat heeft geleid tot ernstig nadeel, waaronder het risico op ernstige psychische schade en agressief gedrag.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een medische verklaring, een zorgkaart, een zorgplan en bevindingen van de geneesheer-directeur. Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege coronamaatregelen, werden ook een sociaal pedagogisch hulpverlener en een persoonlijk begeleider gehoord. Betrokkene kon niet worden bereikt voor een eigen verklaring.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De verplichte zorg betreft ambulante toediening van depotmedicatie en medische controles voor een periode van twee maanden. De rechtbank achtte deze maatregel evenredig en effectief en wees de zorgmachtiging toe voor de kortere duur vanwege het ontbreken van een eigen hoorzitting van betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte ambulante zorg met depotmedicatie voor twee maanden.