ECLI:NL:RBROT:2020:3572
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot voortzetting verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf van cliënt, die lijdt aan een licht verstandelijke beperking. De procedure startte met een verzoekschrift ingediend op 11 maart 2020, met diverse medische verklaringen en zorgplannen als bijlagen. De mondelinge behandeling vond plaats op 25 maart 2020, waarbij cliënt, haar advocaat en deskundigen van de zorgaanbieder telefonisch werden gehoord.
De rechtbank overwoog dat cliënt door haar verstandelijke handicap ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op lichamelijk letsel, verwaarlozing en agressief gedrag. Cliënt heeft voortdurende begeleiding en toezicht nodig, wat in de huidige accommodatie onvoldoende wordt geboden. Er zijn weinig behandelmogelijkheden en cliënt staat op een wachtlijst voor een geschikte behandelplek, waarvan de beschikbaarheid binnen een jaar wordt verwacht.
De rechtbank concludeerde dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen en dat geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn. Hoewel cliënt momenteel instemt met verhuizing, is in het verleden verzet en opstandig gedrag bij verhuizingen geconstateerd. Daarom verleende de rechtbank de machtiging voor een periode van zes maanden, om een tussentijdse toets mogelijk te maken.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en gebrek aan minder ingrijpende alternatieven.