ECLI:NL:RBROT:2020:3591

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 april 2020
Publicatiedatum
20 april 2020
Zaaknummer
C/10/593982 / FA RK 20-2150
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet zorg en dwangArt. 24 lid 1 Wet zorg en dwangArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van cliënt met dementie op grond van de Wet zorg en dwang

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, namelijk uitgebreide neurocognitieve stoornissen (dementie) met gedragsstoornissen, op grond van artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).

Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de cliënt, haar advocaat, casemanager en familieleden telefonisch werden gehoord, bleek dat de cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening. Dit uit zich in verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en agressief gedrag jegens zorgverleners. De cliënt ontkent haar aandoening en weigert medicatie en zorg, wat een groot risico op medicatiefouten en verdere achteruitgang veroorzaakt.

De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden, en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Ondanks het verzet van de cliënt is voldaan aan de wettelijke criteria voor de machtiging, die voor de duur van zes maanden wordt toegekend.

De beschikking werd mondeling gegeven op 7 april 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 20 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden aan de cliënt met dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/593982 / FA RK 20-2150
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 7 april 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] , [geboorteplaats cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende te [adres cliënt] , [postcode] [woonplaats cliënt] ,
advocaat mr. H. van der Wal te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 27 maart 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 9 maart 2020;
 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door D. de Zwart-Slats, specialist ouderengeneeskunde, van 27 maart 2020;
 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van26 februari 2020;
 het zorgplan van 21 november 2019.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
 cliënt met haar hiervoor genoemde advocaat;
 [naam casemanager] , casemanager, verbonden aan Lelie Zorggroep te Rotterdam;
 [naam echtgenoot cliënt] , echtgenoot van cliënt;
 [naam zoon cliënt] , zoon van cliënt.

2..Beoordeling

2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd Pro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten uitgebreide neurocognitieve stoornissen (dementie) met gedragsstoornissen. Client ontkent dit. De rechtbank heeft echter geen reden te twijfelen aan de inhoud van de medische verklaring.
2.3.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van andere oproept.
Cliënt is in maart 2018 gediagnosticeerd met dementie. Zij heeft geen ziekte inzicht of –besef. Er is sprake is van opvallend façadegedrag met uitgebreide confabulaties en decorumverlies. Ook is sprake van uitgebreide wanen ten gevolge waarvan gedragsproblemen met forse agitatie ontstaan. Cliënt heeft wanen over overspelig gedrag van haar echtgenoot en mishandelingen door thuiszorgmedewerkers, wat zich uit in agressie en dreigementen naar hen. De politie is betrokken geweest in de thuissituatie vanwege geluidsoverlast in de nacht. Het steunsysteem bestaande uit echtgenoot, zoon en kleindochter van cliënt, zijn zwaar overbelast geraakt. Getracht is hen te ontlasten in de vorm van een dagbesteding voor cliënt, waar zij niet altijd naartoe wenste te gaan. Op dit moment ligt dat ook stil vanwege het risico op besmetting met het coronavirus. Er is gestart met medicatie(Haloperidol) , wat effectief lijkt te zijn. Cliënt is insulineafhankelijk vanwege haar diabetes mellitus. Zij weigert echter de medicatiezorg over te dragen aan zorgprofessionals. Dit levert een groot risico op medicatiefouten op bij deze vormen van medicatie. Vele alternatieven zijn reeds ingezet, maar allen zonder blijvend resultaat. Een opname van cliënt met 24-uurs zorg en toezicht om de zorg en medicatievoorziening over te nemen, ook om het steunsysteem te ontlasten, is hierdoor noodzakelijk.
Volgens de casemanager is met cliënt gesproken over wonen in zorg, wat zei ontkent. Cliënt kan erg boos worden en zijn kan dan dreigen met geweld of suïcidale uitspraken en neemt in haar boosheid dan ook geen medicatie in.
2.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Volgens cliënt kan zij alles zelf nog en weigert zij gedwongen opgenomen te worden.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 oktober 2020.
Deze beschikking is op 7 april 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 20 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.