De officier van justitie verzocht op 14 april 2020 om voortzetting van een eerder opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in een zorginstelling vanwege een schizo-affectieve stoornis. De mondelinge behandeling vond plaats op 15 april 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat en zorgverleners telefonisch werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychotische decompensatie na het stoppen met medicatie. Betrokkene vertoonde verward en ontremd gedrag, verwaarloosde zichzelf en haar woning, en vormde een gevaar voor zichzelf en de omgeving. De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.
De rechtbank achtte het noodzakelijk om verplichte zorg toe te passen, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en opname in een accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De maatregel werd als evenredig en effectief beoordeeld.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 6 mei 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.