AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Rotterdam om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënt in een geregistreerde accommodatie, conform artikel 26 vanPro de Wet zorg en dwang (Wzd). De cliënt verblijft momenteel in Verpleeghuis Het Parkhuis te Dordrecht. Bij het verzoek waren diverse documenten gevoegd, waaronder een indicatiebesluit, medische verklaring, aanvraag voor machtiging, verklaring van de zorgaanbieder en een zorgplan.
Tijdens de mondelinge behandeling op 15 april 2020 werden de cliënt, haar advocaat, een arts, een verpleegkundige en een familielid telefonisch gehoord. De arts verklaarde dat de cliënt aanvankelijk agressie en verzet vertoonde, maar in de laatste twee tot drie weken geen verzet meer toonde en de zorg en medicatie accepteerde. De rechtbank stelde vast dat er geen sprake was van verzet door de cliënt.
De rechtbank oordeelde dat de machtiging slechts kan worden verleend indien het gedrag van de cliënt leidt tot ernstig nadeel en opname noodzakelijk is om dit te voorkomen, zonder minder ingrijpende alternatieven. Gezien het ontbreken van verzet en het feit dat de cliënt de zorg accepteert, concludeerde de rechtbank dat het verzoek niet aan de wettelijke criteria voldoet en wees het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. De beschikking is op 15 april 2020 mondeling gegeven en op 20 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen wegens het ontbreken van verzet door de cliënt.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/594873 / FA RK 20-2625
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 april 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 vanPro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het Centrum Indicatiestelling Zorg,hierna: CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënt],
geboren op [geboortedatum cliënt] ,
hierna: cliënt,
wonende te [adres cliënt] [postcode] [woonplaats cliënt] ,
thans verblijvende in Verpleeghuis Het Parkhuis te Dordrecht
advocaat mr. M.G. Hoogerwerf te Dordrecht.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 14 april 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door M. Al Hassany, arts, van
de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 26 maart 2020;
de verklaring van de zorgaanbieder Het Parkhuis van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 31 maart 2020;
het zorgplan van 23 maart 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2020. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
cliënt met haar hiervoor genoemde advocaat;
[naam arts] , arts, en
[naam verpleegkundige] , verpleegkundige, beiden verbonden aan verpleeghuis Het Parkhuis;
[naam neef cliënt] , neef van cliënt.
2..Beoordeling
2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 WzdPro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
De arts verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat cliënt ten tijde van de aanvraag agressie en verzet vertoonde. Echter, heeft cliënt in de afgelopen twee tot drie weken geen verzet vertoond. Tevens accepteert cliënt de zorg en de medicatie die haar wordt aangeboden. De rechtbank heeft hiermee vastgesteld dat cliënt zich niet verzet tegen opname en verblijf in de accommodatie.
2.3.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.
3..Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 15 april 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van S.S. Rigters, griffier, en op 20 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.