ECLI:NL:RBROT:2020:3671
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens contra-productieve verplichte zorg bij suïcidegevaar
De officier van justitie verzocht op 8 april 2020 bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een op 7 april 2020 opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Betrokkene lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met terugkerende dwanggedachtes die suïcidaal gedrag veroorzaken. De psychiater stelde dat gedwongen klinische opname voor langere tijd averechts werkt en dat betrokkene doorgaans binnen 24 uur na opname weer rustig en aanspreekbaar is. De ambulante behandeling thuis werd voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat opname niet langer doelmatig is en het belang van betrokkene niet dient. Gezien het ontbreken van een onmiddellijk dreigend nadeel dat met de crisismaatregel kan worden weggenomen, wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.
De beschikking werd mondeling gegeven op 9 april 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 17 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat verplichte zorg niet langer doelmatig is maar averechts werkt.