ECLI:NL:RBROT:2020:3702
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel na ontnuchtering wegens geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel
De officier van justitie verzocht bij de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene die onwel was geworden na excessief drugsgebruik.
Betrokkene was opgenomen met een crisismaatregel vanwege zijn toestand en toonde aanvankelijk extreem agressief gedrag. Na overplaatsing naar een andere locatie en ontnuchtering verbeterde zijn toestand aanzienlijk. Betrokkene verklaarde geen last te hebben van verslavingsproblematiek, maar wel een persoonlijkheidsstoornis en autisme waarvoor hij ambulante behandeling wenst.
De behandelaar bevestigde het rustige en coöperatieve gedrag van betrokkene. De rechtbank oordeelde dat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer was en dat de crisismaatregel daarom niet verlengd kon worden. Het verzoek tot voortzetting werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.