ECLI:NL:RBROT:2020:3706
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens ernstig nadeel door schizofrenie
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging te verlenen op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. De procedure omvatte een schriftelijk verzoek met medische verklaring, zorgplan en andere relevante gegevens, en een mondelinge behandeling waarbij betrokkene en zijn advocaat telefonisch werden gehoord.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene wenst bij zijn ouders te gaan wonen, maar is niet in staat om zelfstandig medicatie te blijven innemen en de ouders kunnen de zorg niet dragen. Vrijwillige zorg is niet mogelijk omdat betrokkene duidelijk heeft aangegeven zelfstandig te willen vertrekken.
De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De noodzakelijke maatregelen omvatten medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht, onderzoek van woonruimte en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbreken, en de zorg is evenredig en effectief.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 9 oktober 2020. Het verzoek tot meer of andere maatregelen wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.