ECLI:NL:RBROT:2020:3712
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van Wvggz wegens schizofrenie en zwakbegaafdheid
De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging te verlenen op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en zwakbegaafdheid. Het verzoek werd ondersteund door een medische verklaring, zorgkaart, zorgplan en bevindingen van de geneesheer-directeur.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege coronamaatregelen, werd betrokkene gehoord in aanwezigheid van een arts en psychiater, evenals diens advocaat. De officier van justitie was niet aanwezig omdat nadere toelichting niet nodig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene door zijn psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, hinderlijk en agressie oproepend gedrag, seksueel grensoverschrijdend gedrag en hallucinaties. Betrokkene is niet in staat zelfstandig voor zichzelf te zorgen en vertoont weinig ziekte-inzicht.
Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en verplichte zorg noodzakelijk wordt geacht om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren, verleende de rechtbank een zorgmachtiging voor zes maanden. De verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de maatregelen zijn evenredig en effectief.
De beschikking is op 9 april 2020 mondeling gegeven en op 14 april schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel af te wenden.