ECLI:NL:RBROT:2020:3721
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het CIZ verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënte met een psychogeriatrische aandoening, conform artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De procedure omvatte een schriftelijk verzoek met medische verklaring en indicatiebesluit, gevolgd door een mondelinge behandeling waarbij de cliënte, haar kinderen, haar advocaat en casemanager dementie telefonisch werden gehoord.
De rechtbank stelde vast dat de cliënte lijdt aan een psychogeriatrische aandoening die leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Cliënte is niet meer in staat zelfstandig te functioneren en heeft 24-uurs zorg nodig. Het beperkte steunsysteem en de overbelasting van haar kinderen maken opname noodzakelijk.
De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Ondanks het verzet van de cliënte, werd voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging. De machtiging werd verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 7 oktober 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door een psychogeriatrische aandoening.