ECLI:NL:RBROT:2020:3721

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 april 2020
Publicatiedatum
21 april 2020
Zaaknummer
C/10/593763 / FA RK 20-2038
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 lid 1 WzdArt. 26 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang

Het CIZ verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van een cliënte met een psychogeriatrische aandoening, conform artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). De procedure omvatte een schriftelijk verzoek met medische verklaring en indicatiebesluit, gevolgd door een mondelinge behandeling waarbij de cliënte, haar kinderen, haar advocaat en casemanager dementie telefonisch werden gehoord.

De rechtbank stelde vast dat de cliënte lijdt aan een psychogeriatrische aandoening die leidt tot ernstig nadeel, waaronder risico op ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Cliënte is niet meer in staat zelfstandig te functioneren en heeft 24-uurs zorg nodig. Het beperkte steunsysteem en de overbelasting van haar kinderen maken opname noodzakelijk.

De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Ondanks het verzet van de cliënte, werd voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging. De machtiging werd verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 7 oktober 2020.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door een psychogeriatrische aandoening.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/593763 / FA RK 20-2038
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 7 april 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[naam cliënte],
geboren op [geboortedatum cliënte] te [geboorteplaats cliënte] ,
hierna: cliënte,
wonende aan de [adres cliënte] , [postcode cliënte] te [woonplaats cliënte] ,
thans verblijvende in Stichting Humanitas Rotterdam te Achillesstraat 290, 3054 RL te Rotterdam
advocaat mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 24 maart 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 12 augustus 2019;
 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door drs. L. Goedhart, specialist ouderengeneeskunde, van 21 februari 2020;
 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 2 maart 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 april 2020.
Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch gehoord:
 cliënte in het bijzijn van [naam dochter] , dochter, en [naam zoon] , zoon;
 mr. D.H. van Tongerlo, advocaat van cliënte;
 [naam casemanager] , casemanager dementie.

2.Beoordeling

2.1.
De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd Pro. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënte lijdt aan een psychogeriatrische aandoening.
2.3.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de situatie dat cliënte met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Cliënte is niet meer in staat zelfstandig voor zichzelf te zorgen. Zij heeft moeite met bepaalde standaard handelingen zoals het smeren van een boterham en het zetten van koffie. Daar komt bij dat betrokkene al meerder malen haar sleutels kwijt is geraakt en overdag bij buren aanbelt, tot vervelens aan toe. Het gevaar bestaat voorts dat cliënte gaat dwalen. Deze situatie is onder meer door het beperkte steunsysteem niet anders te verhelpen dan door opname in een accommodatie. Haar echtgenoot is overleden en haar kinderen zijn overbelast. Er is 24-uurs zorg nodig. Cliënte laat zorg in de vorm van thuiszorg sporadisch en slechts in beperkte mate toe. Deze factoren bij elkaar leiden in de thuissituatie tot het dreigend ernstig nadeel in de vorm van zelfverwaarlozing, ondervoeding en maatschappelijke teloorgang.
2.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.5.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
2.6.
Gebleken is dat cliënte zich verzet tegen de opname en het verblijf. Dit blijkt uit agitatie richting thuiszorg, agitatie richting haar kinderen en opmerkingen omtrent de opname bij de mondelinge behandeling.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënte] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 oktober 2020.
Deze beschikking is op 7 april 2020 mondeling gegeven door mr. M.C. van Dijkhuizen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.W. Wapenaar, griffier, en op 15 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.