De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van vijf kinderen vanwege ernstige zorgen over hun sociaal-emotionele ontwikkeling. De kinderen zijn in 2018 gevlucht uit Syrië en hebben sindsdien veel meegemaakt, waaronder huiselijk geweld waarbij de vader betrokken is. De moeder en kinderen verblijven in een vrouwenopvang en er geldt een huisverbod voor de vader.
De kinderrechter heeft de zaak op 16 april 2020 telefonisch behandeld vanwege de coronamaatregelen, waarbij ook een beëdigde tolk in het Syrisch-Arabisch aanwezig was. Zowel de moeder als de vader stemmen in met de ondertoezichtstelling. De vader wenst spoedig omgang met zijn kinderen, terwijl de moeder openstaat voor nader onderzoek naar de omgangsvorm.
De rechtbank concludeert dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken en dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Daarom wordt de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden opgelegd, waarbij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond toezicht houdt. Tevens zal worden onderzocht hoe de omgang met de vader veilig kan worden hersteld en of individuele hulpverlening nodig is.