Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:3798

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 april 2020
Publicatiedatum
24 april 2020
Zaaknummer
FT EA 20-378
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 FaillissementswetArt. 6 FaillissementswetArt. 14 FaillissementswetArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring van Ambachtelijke Slagerij B.V. met benoeming curator en rechter-commissaris

De rechtbank Rotterdam heeft op 21 april 2020 uitspraak gedaan over de aangifte tot faillietverklaring van Ambachtelijke Slagerij B.V., statutair gevestigd te Brandwijk. De procedure vond plaats onder toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken vanwege de coronacrisis (TARIC). De bestuurder van de vennootschap werd telefonisch gehoord in raadkamer.

De rechtbank oordeelde dat er summierlijk is gebleken dat de vennootschap is opgehouden te betalen, maar verklaarde desondanks het faillissement. De rechtbank is bevoegd als hoofdprocedure te openen omdat het centrum van de voornaamste belangen van de vennootschap in Nederland ligt, conform EU-verordening 2015/848.

De rechtbank benoemde mr. P.A.M. Penders-Janssen tot rechter-commissaris en mr. J.R. van Faassen tot curator. Tevens werden aan de curator diverse bevoegdheden verleend, waaronder het openen van post gericht aan de gefailleerde. De verdere behandeling van de faillissementszaak wordt overgedragen aan de rechtbank Midden-Nederland, die ook de publicaties zal verzorgen. De rechtbank Rotterdam publiceert dit vonnis en draagt zorg voor de overdracht van het dossier.

Uitkomst: Ambachtelijke Slagerij B.V. wordt failliet verklaard met benoeming van curator en rechter-commissaris en overdracht van verdere behandeling aan rechtbank Midden-Nederland.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: [nummer 1]
Uitspraak: 21 april 2020
VONNIS op de aangifte tot faillietverklaring (rekestnummer: [nummer 2] / FT EA 20/378) van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AMBACHTELIJKE SLAGERIJ [naam] B.V.,
[adresgegevens]
,
aldaar tevens handelend onder de naam:
[handelsnaam] ,
statutair gevestigd te Brandwijk,
aangeefster.

1.De procedure

De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Coronacrises (hierna: TARIC), aangeefster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 21 april 2020 onder toezending van een formulier waarop aangeefster haar standpunt naar voren kon brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.
Op 21 april 2020 is [betrokkene] , (middellijk) bestuurder van aangeefster, telefonisch in raadkamer gehoord.

2.De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van feiten of omstandigheden die aantonen dat aangeefster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van aangeefster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank,
- verklaart AMBACHTELIJKE SLAGERIJ [naam] B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. P.A.M. Penders-Janssen, lid van de rechtbank Midden-Nederland, locatie |Utrecht;
- stelt aan tot curator mr. J.R. van Faassen, advocaat te Utrecht;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht;
bepaalt:
- dat de taken die de wet in een faillissement aan de rechtbank opdraagt, met uitzondering van de tegen de faillietverklaring in te stellen rechtsmiddelen, na deze beslissing en de publicatie daarvan, door de Rechtbank Midden-Nederland worden uitgevoerd;
- dat door de griffier een afschrift van dit vonnis en de overige op de zaak betrekking hebbende stukken per post aan de Rechtbank Midden-Nederland worden gezonden;
- dat de griffier van de Rechtbank Midden-Nederland wordt verzocht de ontvangst van genoemd vonnis en genoemde stukken en het overnemen van de behandeling van de zaak schriftelijk te bevestigen aan de griffier van deze rechtbank;
- dat de zaak nadat door de Rechtbank Midden-Nederland daaraan een dossiernummer is toegekend uitsluitend met dat nummer zal worden aangeduid;
- dat de curator alleen verslag behoeft uit te brengen aan de benoemde rechter-commissaris en dat alle betrokkenen zich vanaf heden uitsluitend zullen richten tot de Rechtbank Midden-Nederland dan wel de benoemde rechter-commissaris van de Rechtbank Midden Nederland;
dat de Rechtbank Rotterdam dit vonnis zal publiceren en dat alle verdere publicaties zullen worden verricht door de Rechtbank Midden Nederland.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van
mr. J.J.P. van Wieringen, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020 te 09:11 uur