Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:3803

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 april 2020
Publicatiedatum
24 april 2020
Zaaknummer
FT RK 20-79
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Faillissementswet 1Faillissementswet 6Faillissementswet 14
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring Budgethoreca B.V. en benoeming curator en rechter-commissaris

Op 7 februari 2020 ontving de rechtbank Rotterdam een verzoekschrift van Meiko Nederland B.V. tot faillietverklaring van Budgethoreca B.V., gevestigd te Rotterdam. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 21 april 2020, waarbij de verweerster niet is gehoord ondanks correcte oproeping.

De rechtbank oordeelde dat summierlijk was gebleken dat Budgethoreca B.V. haar betalingsverplichtingen niet meer nakomt en dat het centrum van haar voornaamste belangen in Nederland ligt, waardoor zij bevoegd is de insolventieprocedure te openen als hoofdprocedure.

De rechtbank verklaarde Budgethoreca B.V. failliet, benoemde mr. F. Damsteegt-Molier tot rechter-commissaris en mr. F. Lambert tot curator. Tevens werd aan de curator de last gegeven tot het openen van brieven en telegrammen gericht aan de gefailleerde. Tegen deze uitspraak kan binnen veertien dagen verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Budgethoreca B.V. wordt failliet verklaard en een curator en rechter-commissaris worden benoemd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 21 april 2020
VONNIS op het op 7 februari 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEIKO NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rotterdam, e.a,
verzoeksters,
advocaat mr. J.W. Hilhorst,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BUDGETHORECA B.V.,
kantoorhoudende te Donkersingel 212
3052 PP Rotterdam,
statutair gevestigd te Rotterdam,
verweerster.

1.De procedure

De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Coronacrises (hierna: TARIC), verzoeksters en verweerster schriftelijke geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 21 april 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoeksters en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.
Op 20 april 2020 is ter griffie van verzoeksters het voornoemde formulier ontvangen. Het formulier van verweerster is niet ontvangen.
Ter zitting van 21 april 2020, is conform TARIC, mr. V. Holthuizen, advocaat, telefonisch in raadkamer gehoord. Verweerster is, hoewel op de bij de wet en TARIC voorgeschreven wijze opgeroepen, niet gehoord.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoeksters en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank,
- verklaart BUDGETHORECA B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. F. Damsteegt-Molier, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. F. Lambert, advocaat te Rotterdam;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van
mr. J.J.P. van Wieringen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 april 2020 te
10:18 uur. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende veertien dagen na de dag van deze uitspraak, verzet instellen. Het verzet kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de rechtbank die van deze zaak kennis moet nemen.