Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:3805

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 april 2020
Publicatiedatum
24 april 2020
Zaaknummer
FT RK 20-115
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 FaillissementswetArt. 6 FaillissementswetArt. 14 FaillissementswetArt. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring van besloten vennootschap Klimaattechniek B.V. te Rotterdam

Op 21 februari 2020 ontving de rechtbank Rotterdam een verzoekschrift tot faillietverklaring van de besloten vennootschap Klimaattechniek B.V., gevestigd te Rotterdam. De procedure werd behandeld op 21 april 2020 onder toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de coronacrisis (TARIC).

De rechtbank oordeelde summierlijk dat het vorderingsrecht van de verzoekster voldoende was aangetoond en dat er feiten en omstandigheden waren die wezen op het ophouden met betalen door Klimaattechniek B.V. Tevens werd vastgesteld dat het centrum van voornaamste belangen van de vennootschap in Nederland ligt, waardoor de rechtbank bevoegd is de insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen.

De rechtbank verklaarde Klimaattechniek B.V. failliet, benoemde mr. J.C.A.T. Frima tot rechter-commissaris en mr. E. van Gruijthuijsen tot curator. Tevens werd de curator gemachtigd om brieven en telegrammen aan de gefailleerde te openen. Tegen deze uitspraak kan binnen veertien dagen verzet worden ingesteld door een advocaat.

Uitkomst: Klimaattechniek B.V. wordt failliet verklaard en een curator en rechter-commissaris worden benoemd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 21 april 2020
VONNIS op het op 21 februari 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[namen] B.V.,
gevestigd te Gorichem,
verzoekster,
advocaat mr. M.M.H. de Ruijter-van den Brand,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] KLIMAATTECHNIEK B.V.,
kantoorhoudende te Stalpaertstraat 7,
3067 XS Rotterdam,
statutair gevestigd te Rotterdam,
verweerster.

1.De procedure

De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Coronacrises (hierna: TARIC), verzoekster en verweerster schriftelijke geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 21 april 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoekster en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.
Op 20 april 2020 is ter griffie van verzoekster het voornoemde formulier ontvangen. Het formulier van verweerster is niet ontvangen.
Ter zitting van 21 april 2020, is conform TARIC, mr. M.M.H. de Ruijter-van den Brand, advocaat, telefonisch in raadkamer gehoord. Verweerster is, hoewel op de bij de wet en TARIC voorgeschreven wijze opgeroepen, niet gehoord.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank,
- verklaart [naam] KLIMAATTECHNIEK B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.C.A.T. Frima, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. E. van Gruijthuijsen, advocaat te Rotterdam;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van
mr. J.J.P. van Wieringen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 april 2020 te
ster11:50 uur. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende veertien dagen na de dag van deze uitspraak, verzet instellen. Het verzet kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de rechtbank die van deze zaak kennis moet nemen.